De kunst van huidverjonging: Er:Glass versus Er:YAG – twee lasers, één doel

Door Raymond Schoeman

Wanneer je kijkt naar de moderne mogelijkheden voor huidverjonging, is het alsof je een gereedschapskist opent waarin elk instrument zijn eigen kracht heeft. Twee van de krachtigste tools in deze kist zijn de Er:Glass-laser en de Er:YAG-laser. Hoewel ze op het eerste gezicht op elkaar lijken – ze behoren beide tot de erbiumfamilie – zijn hun toepassingen en effecten op de huid verrassend verschillend. En juist in die verschillen schuilt hun waarde.

In een zorgvuldig opgezet klinisch onderzoek uit 2015, uitgevoerd bij Aziatische proefpersonen met tekenen van zonneschade, werden beide lasers met elkaar vergeleken: de niet-ablatieve, fractionele 1550 nm Er:Glass-laser versus de ablatieve, fractionele 2940 nm Er:YAG-laser (Chan et al., 2015).

Het resultaat? Elke laser excelleerde op een ander gebied. De Er:YAG-laser bleek bijzonder effectief in het egaliseren van de huidteint en het verminderen van pigmentvlekken. De Er:Glass-laser daarentegen liet een opvallende verbetering zien in het verminderen van rimpels – die diepe groeven die het gevolg zijn van intrinsieke huidveroudering.

Maar wat verklaart deze verschillen?

Het verhaal achter de golflengten

Lichtgolven gedragen zich als instrumenten met een unieke “stem” – ze interageren op verschillende manieren met de huid, afhankelijk van hun golflengte. De 1550 nm Er:Glass-laser dringt dieper door in de huid, dankzij een veel lagere absorptie door water: de waterabsorptiecoëfficiënt op 1550 nm is ongeveer 1/2000 van die op 2940 nm (Khatri et al., 2000).

Dit betekent dat deze golflengte voornamelijk warmte afgeeft aan de diepere lagen van de huid, met name in de lederhuid (dermis), waar collageen wordt gevormd.

Aan de andere kant staat de 2940 nm Er:YAG-laser, die extreem efficiënt wordt geabsorbeerd door water – het belangrijkste bestanddeel van huidcellen. Daardoor blijft de energie vooral aan de oppervlakte van de huid, wat resulteert in een directe verdamping (ablatie) van epidermale huidlagen.

Deze precisie maakt het tot een uitgelezen middel voor het aanpakken van oppervlakkige huidproblemen zoals pigmentvlekken, ongelijkmatige teint en oppervlakkige littekens (Ross et al., 1999).

Verschillende dieptes, verschillende effecten

Een beeld zegt soms meer dan duizend woorden. Stel je voor: de Er:Glass-laser creëert met elke puls microscopisch kleine kolommen van warmte – vaak aangeduid als microthermal zones – tot op een diepte van 1,4 mm, afhankelijk van instellingen zoals energie en pulsduur. Dat is dieper dan de gemiddelde dikte van de opperhuid (ongeveer 100 micrometer), en het is precies dáár, in de dermis, dat het lichaam collageen produceert.

Door gecontroleerde verwarming van deze diepere huidlagen stimuleert de laser het natuurlijke herstelproces, waardoor rimpels verminderen en de huid steviger wordt (Manstein et al., 2004).

De Er:YAG-laser werkt subtieler en oppervlakkiger. Met elke puls verwijdert hij slechts zo’n 50 micrometer huid, maar dit gebeurt uiterst gecontroleerd. En hoewel deze laser minder diep doordringt, kun je – indien nodig – meerdere keren over hetzelfde gebied gaan, waardoor een grotere mate van ablatie mogelijk wordt. Dit maakt het apparaat ideaal voor het verfijnen van huidstructuur, het verwijderen van pigmentvlekken en het verbeteren van de huidteint.

Belangrijk om te begrijpen is dat een gefractioneerde Er:YAG-laser minder geschikt is voor diepere ablatie dan zijn full-field tegenhanger, die niet werkt met “eilandjes” maar met volledige oppervlakken. Bij dat type zijn er geen beperkingen op het aantal herhalingen, waardoor dieper werk mogelijk is – al gaat dat wel gepaard met langere hersteltijden.

De kracht van combinatie

Zoals bij veel medische en esthetische behandelingen, geldt ook hier: het geheel is soms meer dan de som der delen. Door beide lasers te combineren – bijvoorbeeld in opeenvolgende sessies – kun je profiteren van zowel de oppervlakkige als de diepe effecten.

De Er:YAG zorgt voor een snelle verbetering van de huidteint en textuur, terwijl de Er:Glass in de weken erna de dieper gelegen collageenstructuur versterkt. Het resultaat is een zichtbaar gladdere, strakkere huid met minder rimpels én een egalere teint – zonder dat de patiënt wekenlang hoeft te herstellen.

Uit onderzoek blijkt dat zulke combinatiebehandelingen effectief zijn en doorgaans goed worden verdragen, mits ze correct worden uitgevoerd (Laubach et al., 2011). Ze bieden een oplossing voor mensen die maximale resultaten willen, maar geen downtime kunnen veroorloven.

Slotgedachte

Zowel de Er:Glass als de Er:YAG zijn krachtige instrumenten in de strijd tegen huidveroudering. Hun effectiviteit hangt niet alleen af van hun golflengte, maar ook van het behandelprotocol, de huidconditie van de patiënt en – niet onbelangrijk – de vaardigheid van de behandelaar.

Wat duidelijk wordt uit zowel de wetenschap als de praktijk, is dat er geen “beste” laser bestaat voor iedereen. Maar er is wél een juiste laser voor elke situatie. De kunst is om de unieke eigenschappen van elke technologie te begrijpen en deze af te stemmen op de individuele behoefte van de huid.

In dat licht bezien zijn Er:Glass en Er:YAG geen rivalen, maar partners – twee stemmen in een harmonieus duet van huidvernieuwing.

Referenties

  • Chan, H. H. L., Yeung, C. K., Kono, T., & Shek, S. Y. (2015). A prospective, randomized, double-blinded comparison of a fractional ablative 2940-nm Er:YAG laser and a fractional non-ablative 1550-nm Er:Glass laser for treatment of photoaged Asian skin. Lasers in Surgery and Medicine, 47(2), 112–118. https://doi.org/10.1002/lsm.22323

  • Khatri, K. A., Ross, V., Grevelink, J. M., Magro, C. M., & Anderson, R. R. (2000). Comparison of erbium:YAG and carbon dioxide lasers in resurfacing of facial rhytides. Archives of Dermatology, 135(4), 391–397.

  • Ross, E. V., Naseef, G. S., McKinlay, J. R., Barnette, D. J., Skrobal, M., & Grevelink, J. M. (1999). Comparison of carbon dioxide laser, erbium:YAG laser, dermabrasion, and argon laser for the resurfacing of facial rhytides. Archives of Dermatology, 135(4), 391–397.

  • Manstein, D., Herron, G. S., Sink, R. K., Tanner, H., & Anderson, R. R. (2004). Fractional photothermolysis: a new concept for cutaneous remodeling using microscopic patterns of thermal injury. Lasers in Surgery and Medicine, 34(5), 426–438.

  • Laubach, H. J., Tannous, Z., Anderson, R. R., & Manstein, D. (2011). Skin responses to fractional photothermolysis. Lasers in Surgery and Medicine, 43(2), 87–95.

Scroll to Top