Hoe kies je de juiste laser – Deel 2
Door Raymond Schoeman
Wanneer je voor de keuze staat om een nieuwe laser of IPL-apparaat aan te schaffen, kunnen de details overweldigend zijn. Fabrikanten overladen je met technische specificaties, indrukwekkende termen en – vaak – misleidende beloften.
Daarom is het essentieel dat je de parameters begrijpt die bepalen hoe effectief en veilig een apparaat is, afhankelijk van het soort behandeling dat je wilt aanbieden. In dit tweede deel van ons tweeluik gaan we dieper in op de kritieke specificaties, en leggen we duidelijk uit welk type laser geschikt is voor welk soort behandeling.
Laserontharing: Hoe belangrijk zijn golflengten en koeling?
Eén van de eerste vragen die vaak opduiken is of een diodelaser met drie golflengten beter is dan een met slechts één. Hoewel het marketingmateriaal vaak het tegenovergestelde suggereert, blijkt uit de praktijk en onderzoek dat één-golflengtehandstukken beter geoptimaliseerd kunnen worden (Hruza & Dover, 1996).
Drie golflengten klinkt veelzijdig, maar een fabrikant kan technisch gezien het handstuk slechts voor één golflengte volledig optimaliseren. Resultaat: betere effectiviteit en levensduur bij een ééngolflengte-systeem.
Daarnaast is huidkoeling bij laserontharing van levensbelang. Tijdens de behandeling wil je wel het haarzakje vernietigen, maar de omliggende huid sparen. Dit lukt alleen met actieve koeling, en niet alle “ingebouwde koeling” is wat het lijkt. Er is een verschil tussen koeling van de huid en koeling van het apparaat. In de praktijk blijkt vaak dat externe koeling zoals koude lucht of ijspakkingen nodig is om de opperhuid te beschermen tegen thermische schade (Ross et al., 1999).
Tot slot: de pulsduur. Bij ontharing is de thermische beschadigingstijd (TDT) van het haarzakje cruciaal: tussen de 200 en 400 milliseconden (Anderson & Parrish, 1983). Een laser die deze duur niet aankan, is simpelweg niet geschikt voor permanente haarreductie.
Tatoeageverwijdering: Picoseconde of nanoseconde?
Bij tatoeageverwijdering draait alles om de pulsduur en de energie die je tot je beschikking hebt. Veel fabrikanten – vooral goedkope modellen uit Azië – adverteren met “pico”-lasers die eigenlijk nanosecondepulsen gebruiken.
Technisch gezien is een picosecondepulselaser alleen een echte pico als de pulsduur onder de 1000 ps ligt. Alles erboven is in feite een nanosecondepuls, zelfs al noemt men het anders (Brightman et al., 2015).
Een echte picoseconde-laser heeft het voordeel dat het pigment in de tatoeage in fijnere deeltjes uiteenvalt dan bij een nanoseconde-laser, waardoor het lymfesysteem efficiënter kan opruimen.
Toch is niet alleen de pulsduur belangrijk: energie-output speelt een net zo grote rol. Bij onvoldoende energie zul je geen reactie zien, zelfs niet bij de juiste golflengte. Vaak ligt er een drempelwaarde: niets gebeurt bij 600 mJ, maar bij 650 mJ zie je plotseling een duidelijke reactie.
Daarnaast is het belangrijk om kritisch te zijn op het gebruik van dye-handstukken om golflengtes aan te passen. Hoewel het aantrekkelijk klinkt om meerdere kleuren te kunnen behandelen, verlies je bij dye-conversie vaak meer dan de helft van je energie. Dit heeft een directe impact op het resultaat (Izikson et al., 2009).
Technische transparantie en marketingclaims
Veel fabrikanten bieden meerdere configuraties per model. Het wordt steeds gebruikelijker om in het verkoopproces alleen de hoogste specificaties te noemen, terwijl de feitelijke geleverde versie die jij krijgt veel lager kan zijn.
Let dus goed op termen als “tot 50 J/cm2”. Is dit gemeten met het standaardhandstuk? Of met een accessoire die je apart moet aanschaffen?
Zorg dat je exacte specificaties krijgt én dat je deze vergelijkt met andere systemen op gelijke voet. Zo voorkom je dat je appels met peren vergelijkt, of dat je een machine koopt die niet levert wat je beloofd is.
En belangrijker nog: laat je niet onder druk zetten door een zogenaamde “tijdgevoelige” aanbieding. Een goede deal vandaag, is ook nog een goede deal morgen. Neem de tijd, bespreek je keuzes met een betrouwbare collega of technisch expert, en koop alleen als je volledig begrijpt wat het apparaat doet én wat het niet kan.
Referenties
Anderson, R. R., & Parrish, J. A. (1983). Selective photothermolysis: precise microsurgery by selective absorption of pulsed radiation. Science, 220(4596), 524-527.
Hruza, G. J., & Dover, J. S. (1996). Laser hair removal. Archives of Dermatology, 132(7), 838–842.
Ross, E. V., Ladin, Z., Kreindel, M., & Dierickx, C. C. (1999). Theoretical considerations in laser hair removal. Dermatologic Clinics, 17(2), 333-355.
Izikson, L., Nelson, J. S., & Anderson, R. R. (2009). Fractional photothermolysis: current and future applications. Lasers in Surgery and Medicine, 41(6), 433-438.
Brightman, L. A., Brauer, J. A., Anolik, R., et al. (2015). Ablative and non-ablative fractional resurfacing. Clinics in Plastic Surgery, 43(3), 479–489.
